Vaarbewijs oefenen

Vaarbewijs oefenen

Navigatieverlichting oefenen

Welke lichten voert een motorboot, een zeilboot, een duwstel of een veerpont, en wat zie je 's nachts van voren, opzij of van achteren? Hoofdstuk 3 van het BPR.

10 gratis oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 1, met het antwoord, de uitleg en het wetsartikel. Tik een antwoord aan om het na te kijken.

  1. 1. U ziet 's nachts recht vooruit twee rondom schijnende lichten boven elkaar in een mast, het bovenste rood en het onderste groen. Wat voor schip is dit?

    Situatieschets bij de vraag
    1. Een beperkt manoeuvreerbaar schip
    2. Een groot zeilschip
    3. Een veerpont
    4. Een schip dat aan de grond zit
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Een groot zeilschip

    Artikel 3.12 onder c BPR: een groot zeilschip voert twee heldere of gewone rondom schijnende lichten in een verticale lijn aan of nabij de top van de mast, het bovenste rood en het onderste groen, naast zijn boordlichten en heklicht. De sterkste afleider is het beperkt manoeuvreerbare schip; dat voert volgens artikel 3.34 drie lichten boven elkaar, rood, wit, rood. Twee lichten rood boven groen hoort dus uitsluitend bij een groot zeilschip.

    Bron: BPR artikel 3.12, BPR artikel 3.34

  2. 2. Welke lichten voert een alleenvarend kajuitmotorjacht van 9 meter 's nachts?

    Situatieschets bij de vraag
    1. Een toplicht, boordlichten en een heklicht
    2. Twee toplichten boven elkaar en boordlichten
    3. Boordlichten en een rood licht boven een groen licht in de mast
    4. Alleen een wit rondom schijnend licht
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Een toplicht, boordlichten en een heklicht

    Artikel 3.13 lid 1 BPR schrijft voor een alleenvarend klein motorschip een toplicht, boordlichten en een heklicht voor, in twee toegestane opstellingen. Een enkel wit rondom schijnend licht mag alleen in het bijzondere geval van lid 2: een klein open motorschip korter dan 7 meter dat niet harder kan dan 13 km per uur ten opzichte van het water. Rood boven groen in de mast hoort bij een groot zeilschip (artikel 3.12).

    Bron: BPR artikel 3.13, BPR artikel 3.12

  3. 3. Welk klein motorschip mag 's nachts volstaan met één wit gewoon rondom schijnend licht?

    1. Elk open motorschip, ongeacht de lengte, zolang het niet harder kan dan 20 km per uur ten opzichte van het water
    2. Elk motorschip korter dan 15 meter, ongeacht de snelheid die het ten opzichte van het water kan bereiken
    3. Een open motorschip korter dan 7 meter dat niet harder kan dan 13 km per uur ten opzichte van het water
    4. Elk motorschip dat op dat moment langzamer vaart dan 6 km per uur ten opzichte van het water
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Een open motorschip korter dan 7 meter dat niet harder kan dan 13 km per uur ten opzichte van het water

    Artikel 3.13 lid 2 BPR stelt drie voorwaarden tegelijk: het schip moet klein zijn, open, korter dan 7 meter, én de hoogst bereikbare snelheid mag niet meer zijn dan 13 km per uur ten opzichte van het water. Het gaat om wat het schip kán, niet om hoe hard het op dat moment vaart; dat is precies wat de laatste afleider fout doet.

    Bron: BPR artikel 3.13

  4. 4. Welke lichten mag een klein zeilschip korter dan 7 meter 's nachts voeren?

    1. Alleen boordlichten, aan of nabij de boeg, zonder heklicht en zonder verdere verplichting
    2. Een rood licht boven een groen licht in de top van de mast, zoals een groot zeilschip
    3. Een wit gewoon rondom schijnend licht, en bij gevaar voor aanvaring bovendien een tweede wit licht tonen
    4. Een wit rondom schijnend licht, zonder verdere verplichting bij het naderen van een ander schip
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Een wit gewoon rondom schijnend licht, en bij gevaar voor aanvaring bovendien een tweede wit licht tonen

    Artikel 3.13 lid 5 BPR geeft het kleine zeilschip drie mogelijkheden, waarvan de derde alleen openstaat voor schepen korter dan 7 meter: een wit gewoon rondom schijnend licht. Daar hoort wel een verplichting bij die kandidaten vaak vergeten: het schip moet dan bij het naderen van een ander schip, bij gevaar voor aanvaring, een tweede wit gewoon licht tonen om de aandacht te trekken. De laatste afleider laat juist die verplichting weg.

    Bron: BPR artikel 3.13

  5. 5. Welk licht voert een klein door spierkracht voortbewogen schip 's nachts?

    1. Boordlichten en een heklicht
    2. Een wit gewoon rondom schijnend licht
    3. Een groen licht boven een wit licht
    4. Geen licht; spierkracht is vrijgesteld
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Een wit gewoon rondom schijnend licht

    Artikel 3.13 lid 6 BPR: een klein door spierkracht voortbewogen schip voert 's nachts een wit gewoon rondom schijnend licht. Dat geldt dus ook voor een roeiboot of kano. Er bestaat geen vrijstelling; de afleider 'geen licht' is niet alleen fout maar ook de gevaarlijkste misvatting op dit onderwerp. Groen boven wit hoort bij een vissersschip (artikel 3.37).

    Bron: BPR artikel 3.13, BPR artikel 3.37

  6. 6. U ziet 's nachts twee gele krachtige rondom schijnende lichten boven elkaar die snel flikkeren. Wat betekent dat?

    Situatieschets bij de vraag
    1. Dit is een schip van de handhavingsdienst
    2. Dit is een snel schip
    3. Dit schip vervoert gevaarlijke stoffen
    4. Dit schip voert werkzaamheden uit in het vaarwater
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Dit is een snel schip

    Artikel 3.08 lid 4 BPR: een snel schip voert overdag en 's nachts, naast zijn overige tekens, twee gele krachtige rondom schijnende lichten die snel flikkeren, in een verticale lijn ongeveer 1 meter uit elkaar. Eén geel flikkerlicht hoort bij een schip dat werkzaamheden uitvoert (artikel 3.28), een blauw flikkerlicht bij handhavingsdiensten en brandweerboten (artikel 3.27), en gevaarlijke stoffen worden aangeduid met blauwe lichten (artikel 3.14). Het aantal en de kleur bepalen dus alles.

    Bron: BPR artikel 3.08, BPR artikel 3.28, BPR artikel 3.27, BPR artikel 3.14 lid 1, 2 en 3

  7. 7. U ziet 's nachts recht vooruit drie witte toplichten in de vorm van een gelijkzijdige driehoek met de punt naar boven. Wat komt daar aan?

    Situatieschets bij de vraag
    1. Een gekoppeld samenstel
    2. Een groot motorschip dat wordt geassisteerd
    3. Een duwstel
    4. Een sleep
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Een duwstel

    Artikel 3.10 lid 1 BPR: een duwstel voert drie toplichten op het voorschip van het voorste schip, in de vorm van een gelijkzijdige driehoek met een horizontale basis, het bovenste op ten minste 5 meter en de beide onderste ongeveer 1,25 meter uit elkaar. De sterkste afleider is de sleep: die voert volgens artikel 3.09 lid 1 twee toplichten in een verticale lijn boven elkaar. Drie lichten in een driehoek tegenover twee lichten onder elkaar is dus het verschil.

    Bron: BPR artikel 3.10 lid 1 en 4, BPR artikel 3.09

  8. 8. Welke lichten voert een niet-vrijvarende veerpont 's nachts?

    1. Een groen rondom schijnend licht met daarboven een wit rondom schijnend licht
    2. Een wit rondom schijnend licht met daarboven een groen rondom schijnend licht
    3. Een wit rondom schijnend licht met daarboven een rood licht
    4. Twee witte rondom schijnende lichten boven elkaar
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Een wit rondom schijnend licht met daarboven een groen rondom schijnend licht

    Artikel 3.16 lid 1 BPR: een niet-vrijvarende veerpont voert een wit helder rondom schijnend licht op ten minste 5 meter, met daarboven, ongeveer 1 meter hoger, een groen helder rondom schijnend licht. Groen staat dus bóven wit. Een vrijvarende veerpont voert volgens lid 3 diezelfde twee lichten plus boordlichten en een heklicht. De volgorde omdraaien is de meest gemaakte fout bij dit teken.

    Bron: BPR artikel 3.16

  9. 9. Een schip voert 's nachts twee blauwe rondom schijnende lichten boven elkaar. Wat betekent dat?

    Situatieschets bij de vraag
    1. Het vervoert bepaalde voor de gezondheid schadelijke stoffen
    2. Het ligt stil en mag niet worden gepasseerd
    3. Het is een schip van de handhavingsdienst
    4. Het vervoert bepaalde brandbare stoffen
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Het vervoert bepaalde voor de gezondheid schadelijke stoffen

    Artikel 3.14 BPR koppelt het aantal blauwe tekens aan de aard van de lading: één blauw licht of één blauwe kegel bij bepaalde brandbare stoffen (lid 1), twee bij bepaalde voor de gezondheid schadelijke stoffen (lid 2), en drie bij bepaalde ontplofbare stoffen (lid 3). Twee lichten betekent dus schadelijk voor de gezondheid. Bij al deze schepen geldt bovendien artikel 6.18 lid 2: buiten voorbijlopen en voorbijvaren mag u niet binnen 50 meter komen.

    Bron: BPR artikel 3.14 lid 1, 2 en 3, BPR artikel 6.18 lid 1, 2, 4, 5 en 6

  10. 10. Het zicht wordt overdag slecht door mist. Wat schrijft artikel 3.01 BPR voor?

    1. De voor de nacht voorgeschreven lichten moeten ook overdag worden gevoerd
    2. De dagtekens moeten dubbel worden uitgevoerd
    3. Er hoeft niets te veranderen zolang het licht is
    4. Alleen grote schepen moeten hun lichten voeren
    Toon antwoord

    Antwoord: A. De voor de nacht voorgeschreven lichten moeten ook overdag worden gevoerd

    Artikel 3.01 lid 4 BPR: wanneer het zicht dit vereist, moeten de voor des nachts voorgeschreven lichten ook des daags worden gevoerd. De bepaling maakt geen onderscheid tussen grote en kleine schepen. Dat betekent voor u als klein schip dat u bij mist uw navigatieverlichting aanzet, ook al is het midden op de dag.

    Bron: BPR artikel 3.01 lid 4, 5, 6 en 7

Verder oefenen: gratis proeftoets · alle onderwerpen