Vaarbewijs oefenen

Vaarbewijs oefenen

Veiligheid aan boord oefenen

Brandklassen en blusmiddelen, reddingsvesten en -boeien, de gasinstallatie en het milieu: wat er aan boord mis kan gaan en wat je dan doet.

10 gratis oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 1, met het antwoord, de uitleg en het wetsartikel. Tik een antwoord aan om het na te kijken.

  1. 1. Uit welke drie elementen bestaat de branddriehoek?

    1. Zuurstof, druk en temperatuur
    2. Brandbare stof, zuurstof en bluspoeder
    3. Brandbare stof, rook en zuurstof
    4. Brandbare stof, zuurstof en vuur, vonk of hitte
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Brandbare stof, zuurstof en vuur, vonk of hitte

    De afbakening noemt de branddriehoek met drie zijden: brandbare stof, vuur, vonk of hitte, en zuurstof. Alle drie moeten aanwezig zijn; haalt u er één weg, dan dooft de brand. Daar is elke blusmethode op gebaseerd: koelen met water haalt de hitte weg, een deken of schuim haalt de zuurstof weg, de brandstofkraan dichtdraaien haalt de brandbare stof weg. De afleider met rook verwart een gevolg van brand met een oorzaak.

    Bron: Afbakening B 2.1 Brandpreventie en brandbestrijding

  2. 2. Wat is het belangrijkste verschil tussen een reddingsvest en een zwemvest?

    1. Er is geen functioneel verschil; het zijn twee namen voor hetzelfde vest met dezelfde drijfkracht
    2. Een reddingsvest is van hardschuim en een zwemvest is opblaasbaar; verder doen zij hetzelfde
    3. Een reddingsvest draait een bewusteloze drager op de rug en houdt zijn gezicht boven water; een zwemvest doet dat niet
    4. Een reddingsvest is bedoeld voor kinderen en een zwemvest voor volwassenen die kunnen zwemmen
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Een reddingsvest draait een bewusteloze drager op de rug en houdt zijn gezicht boven water; een zwemvest doet dat niet

    De afbakening noemt uitdrukkelijk het 'verschil met zwemvest'. Een zwemvest geeft alleen extra drijfvermogen aan iemand die zelf kan zwemmen en bij bewustzijn is. Een reddingsvest heeft zijn drijflichaam vóór en hoog, zodat het een bewusteloze of onderkoelde drager vanzelf op de rug draait en het gezicht vrij houdt. Precies in de situatie waar het om gaat, doet een zwemvest dus niets.

    Bron: Afbakening B 2.2 Reddingsmiddelen

  3. 3. Waarom is een gaslek aan boord gevaarlijker dan in een huis?

    1. Gas verspreidt zich aan boord sneller door de tocht en bereikt daardoor eerder de motorruimte
    2. Gas aan boord is anders samengesteld en ontbrandt daardoor bij een lagere temperatuur dan aardgas
    3. Gas aan boord staat onder veel hogere druk dan in een huis, zodat een lek veel sneller een grote hoeveelheid vrijgeeft
    4. Propaan en butaan zijn zwaarder dan lucht en zakken naar de bilge, waar het gas niet vanzelf weg kan
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Propaan en butaan zijn zwaarder dan lucht en zakken naar de bilge, waar het gas niet vanzelf weg kan

    De afbakening noemt als eerste punt bij de gasinstallatie 'gevaren gas aan boord'. Propaan en butaan zijn zwaarder dan lucht. In een huis zakt ontsnapt gas naar de vloer en kan het onder een deur door weg; in een schip zakt het naar de bilge, het laagste punt, en daar blijft het staan omdat er geen afvoer naar buiten is. Zo bouwt zich onzichtbaar een explosief mengsel op precies daar waar de motor, de bilgepomp en de accu's staan.

    Bron: Afbakening B 2.1 Brandpreventie, Gasinstallatie

  4. 4. Wat is het nut van een zeereling?

    1. Zij houdt opvarenden tegen die anders over de rand van het dek overboord zouden gaan
    2. Zij dient om lijnen aan vast te maken, zoals de trossen en springen bij het meren
    3. Zij geeft de sterkte van het dek aan en de plaats waar veilig kan worden gelopen
    4. Zij dient om stootwillen aan op te hangen op de juiste hoogte langs de romp
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Zij houdt opvarenden tegen die anders over de rand van het dek overboord zouden gaan

    De afbakening noemt bij de inrichting de zeereling en de voetreling, met de uitdrukkelijke opmerking dat over het nut van de zeereling wel vragen worden gesteld. Dat nut is eenvoudig: de reling vangt iemand op die zijn evenwicht verliest, voordat die over boord gaat. De voetreling doet hetzelfde onderaan, door te voorkomen dat een voet van het dek af glijdt. Een zeereling is geen bevestigingspunt voor lijnen: daar is hij niet op berekend.

    Bron: Afbakening B 2.3 Overige veiligheidsvoorzieningen

  5. 5. Onder welke brandklasse valt een brand in de dieselolie in de bilge?

    1. Klasse B
    2. Klasse F
    3. Klasse A
    4. Klasse C
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Klasse B

    Klasse B is de klasse van brandbare vloeistoffen, en daar valt dieselolie onder. Klasse A gaat over vaste stoffen zoals hout, kussens en touw; klasse C over gassen zoals propaan en butaan; klasse F over bak- en frituurvet in de kombuis. De verwarring met klasse F ontstaat doordat beide om olie gaan, maar frituurvet heeft een veel hogere brandtemperatuur en vraagt een ander blusmiddel.

    Bron: Afbakening B 2.1 Brandpreventie en brandbestrijding

  6. 6. Waarin wordt de klasse van een reddingsvest uitgedrukt?

    1. In liters volume
    2. In het aantal uren dat het blijft drijven
    3. In newton drijfvermogen
    4. In kilogram lichaamsgewicht
    Toon antwoord

    Antwoord: C. In newton drijfvermogen

    De afbakening noemt bij het reddingsvest de 'klasse drijfvermogen'. Die klasse wordt uitgedrukt in newton: hoe hoger het getal, hoe meer drijfvermogen en hoe zwaardere kleding het vest nog kan compenseren. Een licht vest voor beschut water heeft veel minder newton dan een vest dat een volwassene met zeilkleding op ruw water op de rug moet kunnen draaien. Het lichaamsgewicht bepaalt welke klasse u nodig heeft, maar is niet de eenheid van de klasse zelf.

    Bron: Afbakening B 2.2 Reddingsmiddelen

  7. 7. Aan welke eis moet een gasbun aan boord voldoen?

    1. Hij moet bovenin een ontluchting naar buiten hebben, omdat gas dat ontsnapt naar boven stijgt
    2. Hij moet luchtdicht afgesloten zijn, ook naar buiten toe, zodat er geen vocht bij de fles en het ventiel kan komen
    3. Hij moet gasdicht zijn naar het inwendige van het schip en onderin een ontluchting naar buiten hebben, boven de waterlijn
    4. Hij mag in het motorruim staan, mits afgedekt, zodat de fles bij een lek meteen wordt geventileerd
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Hij moet gasdicht zijn naar het inwendige van het schip en onderin een ontluchting naar buiten hebben, boven de waterlijn

    De afbakening noemt 'eisen gasbun'. De bun is een kast die de fles scheidt van de rest van het schip: gasdicht naar binnen, zodat lekkend gas nooit in de kajuit of de bilge komt, en onderin voorzien van een afvoer naar buiten boven de waterlijn, zodat het zware gas er vanzelf uit kan lopen. Een ontluchting bovenin werkt niet, want het gas zakt juist naar beneden; en een volledig dichte bun zou het gas juist opsluiten.

    Bron: Afbakening B 2.1 Brandpreventie, Gasinstallatie

  8. 8. Wat is het nut van een lenspomp aan boord?

    1. De motor van koelwater voorzien wanneer de gewone koelwaterpomp uitvalt
    2. Het drinkwater onder druk brengen zodat de kranen aan boord werken
    3. Vuilwater naar de wal afvoeren bij een inzamelvoorziening in de haven
    4. Water dat het schip binnenkomt weer overboord pompen, zodat het schip drijvend blijft
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Water dat het schip binnenkomt weer overboord pompen, zodat het schip drijvend blijft

    De afbakening noemt bij de uitrusting de lenspomp, en zegt daarbij uitdrukkelijk dat over het nut van de lenspomp wel vragen worden gesteld. Dat nut is het verwijderen van water dat door lekkage, regen of overkomend water binnenkomt. De afbakening noemt daarnaast de uitvoeringen: motorpomp, handbediend en elektrisch bediend. Vuilwater afvoeren is iets heel anders en valt onder het milieuonderdeel.

    Bron: Afbakening B 2.3 Overige veiligheidsvoorzieningen, Afbakening B 3 Milieu

  9. 9. In de kombuis vat een pan met frituurvet vlam. Wat mag u zeker niet doen?

    1. Een speciale vetbrandblusser gebruiken
    2. De warmtebron uitzetten
    3. Blussen met water
    4. De pan afdekken met een deksel of een vochtige doek
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Blussen met water

    Een vetbrand is brandklasse F. Water dat in kokend vet komt verdampt onmiddellijk en explodeert uit de pan, waarbij brandend vet door de hele kombuis wordt verspreid. De juiste aanpak is de zuurstof wegnemen door de pan af te dekken met een deksel of een vochtige doek, of een speciale vetbrandblusser te gebruiken, en de warmtebron uitzetten. Dat is dezelfde branddriehoek-redenering: neem één zijde weg, maar dan de juiste.

    Bron: Afbakening B 2.1 Brandpreventie en brandbestrijding

  10. 10. Wat is een nadeel van een automatisch opblaasbaar reddingsvest ten opzichte van een hard vest?

    1. Het draait de drager niet op de rug en is daarom eigenlijk niet meer dan een zwemvest
    2. Het geeft minder drijfvermogen dan een hard vest en houdt het hoofd minder goed boven water
    3. Het vraagt periodiek onderhoud aan patroon en automaat, en werkt niet als dat is verwaarloosd
    4. Het mag niet aan boord van een pleziervaartuig, omdat het niet is goedgekeurd voor de binnenvaart
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Het vraagt periodiek onderhoud aan patroon en automaat, en werkt niet als dat is verwaarloosd

    De afbakening noemt bij het reddingsvest 'harde en automatisch opblaasbare' vesten. Het opblaasbare vest draagt veel prettiger en geeft juist méér drijfvermogen, maar het is een apparaat: de gaspatroon kan leeg of losgedraaid zijn en het zoutpastille- of hydrostatisch mechanisme kan door vocht al zijn geactiveerd of juist verlopen. Een hard vest kan niet falen, maar wordt daardoor ook vaker niet gedragen.

    Bron: Afbakening B 2.2 Reddingsmiddelen

Verder oefenen: gratis proeftoets · alle onderwerpen