Vaarbewijs oefenen

Vaarbewijs oefenen

Scheepvaarttekens oefenen

De tekens langs de vaarweg uit bijlage 7 van het BPR: verboden, geboden, beperkingen, aanbevelingen en aanwijzingen.

10 gratis oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 1, met het antwoord, de uitleg en het wetsartikel. Tik een antwoord aan om het na te kijken.

  1. 1. U ziet vier verkeerstekens. Welk teken betekent: verboden hinderlijke waterbeweging te veroorzaken?

    Situatieschets bij de vraag
    1. Het teken linksboven
    2. Het teken rechtsboven
    3. Het teken midden boven
    4. Het teken midden onder
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Het teken linksboven

    Teken A.9 uit bijlage 7 deel A betekent verboden hinderlijke waterbeweging te veroorzaken, en verwijst naar artikel 6.20 lid 1 onder e BPR. De sterkste afleider is teken B.6, dat een verplichting oplegt om de vaarsnelheid te beperken tot het aangegeven aantal kilometers per uur. Het verschil zit in de norm: B.6 noemt een getal, A.9 verbiedt het effect, hoe langzaam u ook vaart. Teken A.8 verbiedt keren en A.5 verbiedt ligplaats nemen.

    Bron: BPR bijlage 7 deel A Verbodstekens, BPR bijlage 7 deel B Gebodstekens, BPR artikel 6.20, BPR artikel 6.13

  2. 2. U ziet vier beperkingstekens. Welk teken geeft een beperkte doorvaarthoogte aan?

    Situatieschets bij de vraag
    1. Het teken rechtsboven
    2. Het teken midden boven
    3. Het teken linksboven
    4. Het teken midden onder
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Het teken linksboven

    Bijlage 7 deel C BPR: teken C.2 geeft een beperkte doorvaarthoogte aan, eventueel met de beschikbare hoogte in meters. C.1 geeft een beperkte waterdiepte aan, eventueel in centimeters, en C.3 een beperkte breedte van de doorvaart of het vaarwater, in meters. Let op de eenheden: de diepte staat in centimeters en de hoogte en de breedte in meters. Bij C.2 kan op een onderbord F.3 staan met hoeveel de hoogte is verminderd.

    Bron: BPR bijlage 7 deel C Beperkingstekens, BPR bijlage 7 deel F Bijkomende tekens

  3. 3. U ziet teken B.5. Wat moet u doen?

    Situatieschets bij de vraag
    1. Bijzonder opletten, omdat er werkzaamheden of een onoverzichtelijke situatie is
    2. Vóór het bord stilhouden onder de omstandigheden die het reglement noemt
    3. Snelheid beperken tot het aangegeven aantal kilometers per uur
    4. Een geluidssein geven bij het naderen van het bord, één lange stoot
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Vóór het bord stilhouden onder de omstandigheden die het reglement noemt

    Teken B.5 uit bijlage 7 deel B betekent de verplichting vóór het bord stil te houden onder bepaalde omstandigheden, en verwijst naar artikel 6.26 lid 3 onder b en artikel 6.28 lid 1 BPR. In de praktijk komt u het tegen bij een beweegbare brug en bij een sluis: mag of wilt u de doorvaartopening niet doorvaren, dan houdt u vóór dit bord stil. De afleiders beschrijven B.6 (snelheid beperken), B.7 (geluidssein geven) en B.8 (bijzonder opletten).

    Bron: BPR bijlage 7 deel B Gebodstekens, BPR artikel 6.26, BPR artikel 6.28 lid 1 t/m 6, lid 8 t/m 11 en lid 15

  4. 4. In welke eenheid staat het getal op teken C.1, beperkte waterdiepte (zie het beeld)?

    Situatieschets bij de vraag
    1. Centimeters
    2. Meters
    3. Voeten
    4. Decimeters
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Centimeters

    Bijlage 7 deel C BPR: bij teken C.1 wordt de beschikbare diepte eventueel aangegeven in centimeters, terwijl bij C.2 de doorvaarthoogte en bij C.3 de breedte in meters worden aangegeven. Wie dat door elkaar haalt, leest een diepte van 220 als 220 meter in plaats van 2,20 meter, of erger nog een diepte van 2,20 waar er 2,20 centimeter zou staan. De eenheid is dus geen detail maar de kern van het teken.

    Bron: BPR bijlage 7 deel C Beperkingstekens

  5. 5. Wat is het verschil tussen de A-tekens en de B-tekens in bijlage 7 BPR?

    1. A-tekens zijn adviezen en B-tekens zijn verplichtingen
    2. A-tekens gelden overdag en B-tekens 's nachts
    3. A-tekens zijn verbodstekens en B-tekens zijn gebodstekens
    4. A-tekens gelden voor grote schepen en B-tekens voor kleine schepen
    Toon antwoord

    Antwoord: C. A-tekens zijn verbodstekens en B-tekens zijn gebodstekens

    Bijlage 7 BPR deelt de verkeerstekens in zeven groepen in: A verbodstekens, B gebodstekens, C beperkingstekens, D aanbevelingstekens, E aanwijzingstekens, F bijkomende tekens en G tekens aan kunstwerken. A en B zijn allebei dwingend, maar A zegt wat u niet mag en B wat u moet. De afleider die A-tekens tot advies maakt, verwart ze met de D-tekens, en die zijn juist de enige groep die met 'wordt aanbevolen' is geformuleerd.

    Bron: BPR bijlage 7 deel A Verbodstekens, BPR bijlage 7 deel B Gebodstekens

  6. 6. Wat is kenmerkend voor de D-tekens in bijlage 7 BPR?

    1. Het zijn tekens die alleen 's nachts gelden
    2. Het zijn aanbevelingen, geen verplichtingen
    3. Het zijn verboden die alleen voor kleine schepen gelden
    4. Het zijn tekens die uitsluitend bij sluizen voorkomen
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Het zijn aanbevelingen, geen verplichtingen

    Bijlage 7 deel D BPR bevat de aanbevelingstekens, en die zijn als enige groep met 'wordt aanbevolen' geformuleerd. Dat verschil is meer dan taalkundig: bij teken A.10 mág u niet buiten de begrenzing varen, terwijl bij het bijna identieke teken D.2 wordt aanbevolen binnen de begrenzing te varen. Artikel 6.24 lid 2 BPR zet die twee uitdrukkelijk naast elkaar.

    Bron: BPR bijlage 7 deel D Aanbevelingstekens, BPR artikel 6.24

  7. 7. Wat betekent teken B.3b (zie het beeld)?

    Situatieschets bij de vraag
    1. Verplichting zich naar de stuurboordszijde te begeven
    2. Verplichting de stuurboordszijde van het vaarwater te houden
    3. Aanbeveling de stuurboordszijde te houden
    4. Verplichting het vaarwater over te steken naar stuurboord
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Verplichting de stuurboordszijde van het vaarwater te houden

    Bijlage 7 deel B BPR onderscheidt drie sterk gelijkende gebodstekens die alle naar artikel 6.12 verwijzen: B.2 verplicht zich naar een zijde te begéven, B.3 verplicht die zijde te hóuden, en B.4 verplicht het vaarwater over te stéken. De letter b staat telkens voor stuurboord en a voor bakboord. B.3b is dus: de stuurboordszijde houden. Let op: de tekens B.4a en B.4b vallen buiten de afbakening van het KVB1-examen.

    Bron: BPR bijlage 7 deel B Gebodstekens

  8. 8. Wat betekent teken E.4a langs de vaarweg (zie het beeld)?

    Situatieschets bij de vraag
    1. Er is een vrijvarende veerpont
    2. Er is een niet-vrijvarende veerpont
    3. Er is een stuw
    4. Er is een hoogspanningslijn
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Er is een niet-vrijvarende veerpont

    Bijlage 7 deel E BPR: teken E.4a duidt een niet-vrijvarende veerpont aan en E.4b een vrijvarende veerpont. Het onderscheid is praktisch van belang: een niet-vrijvarende pont hangt aan een kabel of langskabel die tot ver in het vaarwater onder of boven water kan liggen. Bij beide typen geldt artikel 6.23 lid 3 BPR, dat een klein schip verplicht voorrang te verlenen aan een vertrekkende, kerende of overstekende veerpont.

    Bron: BPR bijlage 7 deel E Aanwijzingstekens, BPR artikel 6.23, BPR artikel 3.16

  9. 9. Wat betekent teken B.9 (zie het beeld)?

    Situatieschets bij de vraag
    1. De verplichting het hoofdvaarwater niet op te varen of over te steken als schepen daar daardoor koers of snelheid moeten wijzigen
    2. De verplichting zich te melden op de marifoon voordat u het hoofdvaarwater opvaart of oversteekt
    3. De verplichting voorrang te verlenen aan schepen die de haven of het nevenvaarwater uitvaren
    4. De verplichting het hoofdvaarwater over te steken zodra dat zonder gevaar kan, om de andere zijde te bereiken
    Toon antwoord

    Antwoord: A. De verplichting het hoofdvaarwater niet op te varen of over te steken als schepen daar daardoor koers of snelheid moeten wijzigen

    Teken B.9 uit bijlage 7 deel B verwijst naar artikel 6.16 lid 8 BPR en verplicht om het hoofdvaarwater niet op te varen of over te steken indien schepen op dat hoofdvaarwater daardoor genoodzaakt zouden worden hun koers of snelheid te wijzigen. Het is dus een absolute wachtplicht: u gaat pas als u niemand hindert. Teken B.10 is de zwakkere variant: zo nodig koers en snelheid wijzigen ten behoeve van uitvarende schepen.

    Bron: BPR bijlage 7 deel B Gebodstekens, BPR artikel 6.16 lid 1 t/m 5 en lid 7 t/m 11

  10. 10. U ziet teken E.9 (zie het beeld). Wat betekent dat voor u?

    Situatieschets bij de vraag
    1. U moet het hoofdvaarwater oversteken zodra u dat zonder gevaar voor andere schepen kunt doen
    2. U nadert een splitsing van gelijkwaardige vaarwaters, waar de gewone regels voor kruisen gelden
    3. Het vaarwater dat u volgt geldt als hoofdvaarwater ten opzichte van het vaarwater dat daarin uitmondt
    4. Het vaarwater dat u volgt geldt als nevenvaarwater ten opzichte van het vaarwater dat u kruist
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Het vaarwater dat u volgt geldt als hoofdvaarwater ten opzichte van het vaarwater dat daarin uitmondt

    Bijlage 7 deel E BPR: teken E.9 geeft aan dat het gevolgde vaarwater als hoofdvaarwater geldt ten opzichte van het vaarwater dat daarin uitmondt; teken E.10 doet het omgekeerde en merkt het gevolgde vaarwater aan als nevenvaarwater. Dat onderscheid bepaalt welke regels van artikel 6.16 BPR gelden bij het in- en uitvaren van havens en nevenvaarwateren, en dus wie moet wachten.

    Bron: BPR bijlage 7 deel E Aanwijzingstekens, BPR artikel 6.16 lid 1 t/m 5 en lid 7 t/m 11

Verder oefenen: gratis proeftoets · alle onderwerpen