Vaarbewijs oefenen

Vaarbewijs oefenen

RPR oefenen (Rijn)

Het Rijnvaartpolitiereglement: definities, dagtekens, verlichting en de vaarregels op de Rijn, waar ze afwijken van het BPR.

10 gratis oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 1, met het antwoord, de uitleg en het wetsartikel. Tik een antwoord aan om het na te kijken.

  1. 1. Welk begrip dat het BPR wel kent, ontbreekt in het Rijnvaartpolitiereglement?

    1. Groot schip
    2. Klein schip
    3. Motorschip
    4. Veerpont
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Groot schip

    Artikel 1.01 onder m RPR definieert wel het kleine schip, maar het RPR kent geen definitie van 'groot schip'; de afbakening noemt dat ontbreken uitdrukkelijk als examenstof. Praktisch betekent het dat het RPR de tegenstelling groot tegenover klein anders opbouwt: artikel 6.02 lid 1 spreekt niet over grote schepen maar verplicht het kleine schip om aan élk ander schip de ruimte te laten.

    Bron: RPR artikel 1.01 onder m, RPR artikel 6.02 lid 1

  2. 2. U vaart met een klein motorschip op de Waal, waar het RPR geldt. Een groot vrachtschip nadert. Wat is uw plicht volgens artikel 6.02 RPR?

    1. Uw stuurboordwal houden; dan hoeft u verder niets te doen, ook niet voor een groot schip
    2. Voorrang verlenen alleen als u van bakboord nadert, zoals bij kruisende koersen
    3. Het andere schip de ruimte laten die het nodig heeft om zijn koers te volgen en te manoeuvreren
    4. Voorrang verlenen alleen als het grote schip een blauw bord toont aan stuurboord
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Het andere schip de ruimte laten die het nodig heeft om zijn koers te volgen en te manoeuvreren

    Artikel 6.02 lid 1 RPR: een alleenvarend klein schip, en een sleep of gekoppeld samenstel dat uitsluitend uit kleine schepen bestaat, is verplicht aan een ander schip de ruimte te laten die dit nodig heeft om zijn koers te volgen en te manoeuvreren. Op RPR-gebied is dat een algemene wijkplicht van klein tegenover groot, ongeacht boord, borden of wal. De afleider met de stuurboordwal is bovendien dubbel fout: op de Waal geldt de stuurboordwalplicht voor kleine schepen juist niet, want de Waal is in artikel 9.04 lid 2 BPR uitgezonderd.

    Bron: RPR artikel 6.02 lid 1, BPR artikel 9.04

  3. 3. Welk schip korter dan 20 meter is volgens het RPR tóch geen klein schip?

    1. Een zeilboot van 12 meter
    2. Een veerpont
    3. Een roeiboot
    4. Een open motorboot
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Een veerpont

    Artikel 1.01 onder m RPR noemt een klein schip een schip waarvan de romp korter is dan 20 meter, maar zondert daar vier categorieën van uit: een schip dat andere dan kleine schepen mag slepen, duwen of langszij medevoeren, een schip dat meer dan twaalf passagiers mag vervoeren, een veerpont, en een duwbak. Een veerpont van 15 meter is op RPR-gebied dus géén klein schip, terwijl hij dat op BPR-gebied volgens artikel 1.01 A.4° wel zou zijn.

    Bron: RPR artikel 1.01 onder m, BPR artikel 1.01 A.1° t/m A.18°

  4. 4. Op RPR-gebied laat een klein schip volgens artikel 6.02 lid 1 ook aan een snel schip de ruimte. Hoe verhoudt dat zich tot het BPR?

    1. Op BPR-gebied geldt de regel alleen bij slecht zicht, wanneer het snelle schip op radar vaart
    2. Precies andersom: op BPR-gebied moet het snelle schip juist aan alle andere schepen voorrang verlenen
    3. Hetzelfde: ook op BPR-gebied wijkt het kleine schip voor het snelle schip, zoals voor elk groot schip
    4. Op BPR-gebied bestaat het begrip snel schip niet; daar gelden alleen grote en kleine schepen
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Precies andersom: op BPR-gebied moet het snelle schip juist aan alle andere schepen voorrang verlenen

    Artikel 6.02 BPR bestaat uit één zin: een snel schip is verplicht aan andere schepen voorrang te verlenen. Artikel 6.02 lid 1 RPR zegt het omgekeerde: het kleine schip laat ruimte aan elk ander schip, uitdrukkelijk 'met inbegrip van een snel schip'. Wie de BPR-regel meeneemt naar de Rijn, redeneert dus precies verkeerd om. Dit is een van de duidelijkste verschillen tussen de twee reglementen.

    Bron: RPR artikel 6.02 lid 1, BPR artikel 6.02

  5. 5. Wat verstaat het RPR onder de linker- en rechteroever?

    1. De zijden gezien vanuit uw eigen vaarrichting, dus wisselend per schip
    2. De zijden gezien stroomopwaarts, dus in de richting van de bronnen van de Rijn
    3. Links en rechts van het midden van de vaargeul, zoals aangegeven door de betonning
    4. De zijden van de vaarweg gezien in de richting van de bron naar de monding
    Toon antwoord

    Antwoord: D. De zijden van de vaarweg gezien in de richting van de bron naar de monding

    Artikel 1.01 onder y RPR: linker- en rechteroever zijn de zijden van de vaarweg gezien in de richting van de bron naar de monding, dus stroomafwaarts kijkend. Dat is precies hetzelfde uitgangspunt als bijlage 8 BPR voor de betonning hanteert. Het onderdeel dat erop volgt maakt het compleet: stroomopwaarts is de richting naar de bronnen van de Rijn. Uw eigen vaarrichting doet er dus niet toe.

    Bron: RPR artikel 1.01 onder y, BPR bijlage 8

  6. 6. Artikel 6.02 lid 2 RPR verklaart een aantal artikelen niet van toepassing op alleenvarende kleine schepen. Wat is daarvan het gevolg?

    1. Die artikelen gelden dan uitsluitend voor zeilschepen en niet voor kleine motorschepen
    2. Die artikelen gelden voor kleine schepen alleen nog 's nachts, wanneer zij lichten voeren
    3. Die kleine schepen hoeven zich aan geen enkele vaarregel te houden zolang zij alleen varen
    4. Die kleine schepen kunnen zich niet beroepen op de gewone ontmoetings- en voorbijloopregels van het RPR
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Die kleine schepen kunnen zich niet beroepen op de gewone ontmoetings- en voorbijloopregels van het RPR

    Artikel 6.02 lid 2 RPR haalt onder meer de artikelen 6.04, 6.05, 6.07, 6.10 en 6.11 weg voor alleenvarende kleine schepen en voor slepen of gekoppelde samenstellen die uitsluitend uit kleine schepen bestaan. Het gevolg is dat een klein schip zich niet kan beroepen op die regels tegenover een groot schip; wat overblijft is de ruimteplicht van lid 1. Omgekeerd hoeft een groot schip de artikelen 6.09 lid 2, 6.13, 6.14 en 6.16 niet in acht te nemen tegenover die kleine schepen. De afleider 'geen enkele vaarregel' gaat veel te ver: artikel 6.02a blijft gewoon gelden tussen kleine schepen onderling.

    Bron: RPR artikel 6.02 lid 2, RPR artikel 6.02a

  7. 7. Moet er op RPR-gebied een exemplaar van het reglement aan boord van uw kleine jacht zijn?

    1. Ja, maar alleen in elektronische vorm op een geschikt apparaat
    2. Alleen als u een marifoon aan boord heeft en daarmee moet uitluisteren
    3. Ja, zonder uitzondering, ook op een klein open schip
    4. Nee, artikel 1.11 RPR zondert het kleine schip uitdrukkelijk uit
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Nee, artikel 1.11 RPR zondert het kleine schip uitdrukkelijk uit

    Artikel 1.11 lid 1 RPR eist een bijgewerkt exemplaar van het reglement aan boord van een schip, met uitzondering van een klein schip en een duwbak. Dat verschilt van artikel 1.11 BPR, dat de verplichting juist wél op kleine schepen legt en alleen een groot schip zonder bemanningsverblijf en een klein open schip uitzondert. Wie met een kajuitjacht van BPR- naar RPR-gebied vaart, gaat dus van een verplichting naar een vrijstelling.

    Bron: RPR artikel 1.11, BPR artikel 1.11

  8. 8. Twee kleine motorschepen hebben op RPR-gebied kruisende koersen. Wie moet uitwijken?

    1. Het schip dat het snelst vaart
    2. Het schip dat het andere aan zijn stuurboordszijde van zich heeft
    3. Het schip dat het andere aan zijn bakboordszijde van zich heeft
    4. Het schip dat niet de stuurboordwal houdt
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Het schip dat het andere aan zijn stuurboordszijde van zich heeft

    Artikel 6.02a lid 3 onder b RPR: bij kruisende koersen van twee kleine motorschepen wijkt het kleine schip uit dat het andere aan stuurboordszijde van zich heeft. In gewone woorden: wie de ander van stuurboord ziet komen, wijkt. De afleider met de stuurboordwal komt uit artikel 6.17 lid 2 BPR; op RPR-gebied kent artikel 6.02a die volgorde niet en gaat het rechtstreeks over boord.

    Bron: RPR artikel 6.02a, BPR artikel 6.17 lid 1 t/m 3 en lid 6 t/m 9

  9. 9. Wat verplicht artikel 1.16 RPR de schipper bij een ongeval in de nabijheid?

    1. Onverwijld bijstand verlenen, voor zover dit met de veiligheid van zijn eigen schip is te verenigen
    2. Zijn koers vervolgen en niets doen, omdat hulpverlening een taak van de hulpdiensten is
    3. Alleen bijstand verlenen als hij daarom wordt gevraagd door de schipper van het getroffen schip
    4. Alleen de bevoegde autoriteit waarschuwen en verder zijn eigen reis vervolgen
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Onverwijld bijstand verlenen, voor zover dit met de veiligheid van zijn eigen schip is te verenigen

    Artikel 1.16 lid 2 RPR: de schipper van een schip dat zich in de nabijheid bevindt van een schip of drijvend voorwerp dat door een ongeval is getroffen, waarbij personen gevaar lopen of waardoor het vaarwater dreigt te worden versperd, is verplicht onverwijld bijstand te verlenen, voor zover dat met de veiligheid van zijn eigen schip is te verenigen. Lid 1 verplicht hem bij een ongeval aan boord alle middelen aan te wenden om de opvarenden te redden. Dat is dezelfde gedachte als artikel 785 WvK.

    Bron: RPR artikel 1.16, WvK artikel 785

  10. 10. Twee kleine motorschepen sturen op RPR-gebied recht of vrijwel recht tegen elkaar in. Wat moeten zij doen?

    1. Het opvarende schip wijkt uit
    2. Ieder naar stuurboord uitwijken om elkaar bakboord op bakboord voorbij te varen
    3. Ieder naar bakboord uitwijken om elkaar stuurboord op stuurboord voorbij te varen
    4. Het schip aan de bakboordzijde van de vaarweg wijkt uit
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Ieder naar stuurboord uitwijken om elkaar bakboord op bakboord voorbij te varen

    Artikel 6.02a lid 3 onder a RPR: als twee kleine motorschepen recht of vrijwel recht tegen elkaar insturen, wijkt ieder van hen uit naar stuurboord om elkaar bakboord op bakboord voorbij te varen. Dat is dezelfde uitkomst als artikel 6.04 lid 7 BPR voor twee kleine motorschepen; op dit punt wijken de reglementen dus juist niet van elkaar af.

    Bron: RPR artikel 6.02a, BPR artikel 6.04

Verder oefenen: gratis proeftoets · alle onderwerpen