Meteorologie oefenen
De schaal van Beaufort, hoge- en lagedrukgebieden, isobaren, krimpen en ruimen: het weer dat je als schipper moet kunnen lezen.
10 gratis oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 1, met het antwoord, de uitleg en het wetsartikel. Tik een antwoord aan om het na te kijken.
-
1. Waarin wordt de windkracht op de schaal van Beaufort uitgedrukt?
- In een schaalgetal van 0 tot 12, met bij elk getal een omschrijving zoals matige of harde wind
- In knopen, dus zeemijlen per uur, zoals de zeevaart de windsnelheid uitdrukt
- In meters per seconde, zoals het KNMI de windsnelheid meet en doorgeeft
- In kilometers per uur, zoals de windsnelheid in het gewone weerbericht wordt genoemd
Toon antwoord
Antwoord: A. In een schaalgetal van 0 tot 12, met bij elk getal een omschrijving zoals matige of harde wind
De afbakening noemt de schaal van Beaufort en de daarin gebruikte definities. Beaufort is een schaal van 0 tot 12 waarbij elk getal hoort bij een bereik van windsnelheden en bij een vaste omschrijving, van windstil bij 0 tot orkaan bij 12. De schaal is oorspronkelijk gemaakt om windkracht te schatten aan wat u ziet gebeuren op het water en aan land, en dat maakt hem aan boord bruikbaar zonder meetapparatuur.
Bron: Afbakening C 2 De schaal van Beaufort en de daarin gebruikte definities
-
2. Wat betekenen isobaren die dicht bij elkaar liggen op een weerkaart?
- Weinig wind, omdat de druk over grote afstand gelijk blijft
- Een groot drukverschil over korte afstand, en dus veel wind
- Kans op mist, omdat de lucht daar stilstaat en afkoelt
- Een naderend hogedrukgebied met rustig en droog weer
Toon antwoord
Antwoord: B. Een groot drukverschil over korte afstand, en dus veel wind
De afbakening noemt bij luchtdruk uitdrukkelijk 'onderlinge afstand tussen isobaren'. Isobaren verbinden punten van gelijke luchtdruk; liggen ze dicht opeen, dan verandert de druk snel over korte afstand en dat drukverschil is precies wat de lucht in beweging zet. Hoe dichter de lijnen, hoe harder het waait. Ver uit elkaar liggende isobaren betekenen een flauw drukverschil en dus weinig wind.
Bron: Afbakening C 2 Elementaire meteorologie, Luchtdruk, Afbakening C 2 Elementaire meteorologie, Wind
-
3. Welke omschrijving hoort bij windkracht 6 Beaufort?
- Matige wind
- Stormachtige wind
- Harde wind
- Krachtige wind
Toon antwoord
Antwoord: D. Krachtige wind
Op de schaal van Beaufort horen bij de getallen vaste Nederlandse omschrijvingen: 4 is matige wind, 5 vrij krachtige wind, 6 krachtige wind, 7 harde wind, 8 stormachtige wind en 9 storm. Windkracht 6 is voor de recreatievaart de gebruikelijke drempel voor een windwaarschuwing, en daarom het getal dat u van de hele schaal het beste moet kennen.
Bron: Afbakening C 2 De schaal van Beaufort en de daarin gebruikte definities, Afbakening C 2 Elementaire meteorologie, Wind
-
4. In welke richting stroomt de lucht als gevolg van een drukverschil?
- Van het lagedrukgebied naar het hogedrukgebied
- Altijd van west naar oost
- Altijd langs de isobaren, zonder richting
- Van het hogedrukgebied naar het lagedrukgebied
Toon antwoord
Antwoord: D. Van het hogedrukgebied naar het lagedrukgebied
Lucht stroomt van hoge naar lage druk; dat drukverschil is de motor van alle wind. Door de draaiing van de aarde loopt die stroming niet recht naar het lage drukgebied toe, maar buigt hij af en gaat hij grotendeels langs de isobaren lopen, met alleen dicht bij de grond nog een component naar binnen. Daardoor lijkt de wind rond een lagedrukgebied te cirkelen in plaats van er rechtstreeks in te waaien.
Bron: Afbakening C 2 Elementaire meteorologie, Luchtdruk
-
5. Welke omschrijving hoort bij windkracht 9 Beaufort?
- Storm
- Harde wind
- Stormachtige wind
- Zware storm
Toon antwoord
Antwoord: A. Storm
Op de schaal van Beaufort is 8 stormachtige wind, 9 storm, 10 zware storm, 11 zeer zware storm en 12 orkaan. De verwarring tussen 8 en 9 is de meest gemaakte fout, omdat 'stormachtig' in gewoon Nederlands sterker klinkt dan het is: stormachtige wind is nog géén storm. Voor de kleine vaart zijn beide ver voorbij de grens waarbij u nog uitvaart.
Bron: Afbakening C 2 De schaal van Beaufort en de daarin gebruikte definities
-
6. In welke richting draait de wind rond een lagedrukgebied op het noordelijk halfrond?
- Recht naar het centrum toe
- Recht van het centrum af
- Tegen de klok in
- Met de klok mee
Toon antwoord
Antwoord: C. Tegen de klok in
De afbakening noemt 'windrichting rond hoge-, lagedrukgebied'. Op het noordelijk halfrond draait de wind rond een lagedrukgebied tegen de klok in en licht naar binnen, en rond een hogedrukgebied met de klok mee en licht naar buiten. Daaruit volgt de wet van Buys Ballot: staat u met de rug naar de wind, dan ligt het lagedrukgebied aan uw linkerhand. Zo weet u zonder kaart waar de depressie zit.
Bron: Afbakening C 2 Elementaire meteorologie, Luchtdruk, Afbakening C 2 Elementaire meteorologie, Wind
-
7. Wat betekent windkracht 0 op de schaal van Beaufort?
- Zwakke wind
- Matige wind
- Flauwe koelte
- Windstil
Toon antwoord
Antwoord: D. Windstil
De schaal van Beaufort begint bij 0, en dat is windstil: rook stijgt recht omhoog en het wateroppervlak is spiegelglad. Vanaf 1 loopt de schaal via zwakke en matige wind op naar de hogere waarden. Dat de schaal bij nul begint en niet bij één is een klein detail, maar het maakt duidelijk dat het om een schaal van windsnelheid gaat en niet om een telling.
Bron: Afbakening C 2 De schaal van Beaufort en de daarin gebruikte definities
-
8. Wat betekent het als de barometer snel daalt?
- De wind gaat liggen en het zicht wordt de komende uren beter
- Er nadert een depressie; verwacht toenemende wind en verslechterend weer
- De temperatuur gaat stijgen en de wind gaat naar het zuiden ruimen
- Er nadert een hogedrukgebied met rustig weer en een afnemende wind
Toon antwoord
Antwoord: B. Er nadert een depressie; verwacht toenemende wind en verslechterend weer
De afbakening noemt bij wind uitdrukkelijk de barometer, en bij luchtdruk de 'gevolgen van stijgende of dalende luchtdruk'. Een dalende barometer betekent dat de druk boven u afneemt en dat er een lagedrukgebied nadert; hoe sneller de daling, hoe scherper de depressie en hoe harder de wind. Een stijgende barometer wijst juist op een hogedrukgebied en op rustiger, stabieler weer. Het tempo van de verandering zegt daarbij meer dan de absolute stand.
Bron: Afbakening C 2 Elementaire meteorologie, Luchtdruk, Afbakening C 2 Elementaire meteorologie, Wind
-
9. Wat betekent 'beperkt zicht' voor u als schipper?
- Het is donker, zodat de lichten en dagtekens van andere schepen moeilijker te herkennen zijn
- Het is zwaar bewolkt, zodat het licht vlak is en u de oevers minder scherp ziet
- Het zicht is door mist, sneeuw, zware regen of rook zodanig beperkt dat de regels voor slecht zicht gaan gelden
- U vaart met de zon tegen, zodat u tegemoetkomende schepen pas laat kunt onderscheiden
Toon antwoord
Antwoord: C. Het zicht is door mist, sneeuw, zware regen of rook zodanig beperkt dat de regels voor slecht zicht gaan gelden
De afbakening noemt bij zicht het begrip beperkt zicht. Het BPR koppelt daar rechtstreeks gevolgen aan: artikel 6.29 lid 1 verklaart de hele afdeling over slecht zicht alleen van toepassing bij slecht zicht, en artikel 3.01 lid 4 verplicht u de nachtlichten ook overdag te voeren wanneer het zicht dat vereist. De oorzaak doet er niet toe en het reglement noemt geen aantal meters; in de scheepvaart spreekt men van mist bij een zicht van minder dan 1 kilometer. Duisternis en bewolking zijn iets anders, want daarvoor gelden de gewone lichtvoorschriften.
Bron: Afbakening C 2 Elementaire meteorologie, Zicht, BPR artikel 6.29, BPR artikel 3.01 lid 4, 5, 6 en 7
-
10. Wat betekent het als de wind ruimt?
- De windrichting draait met de klok mee, bijvoorbeeld van zuid naar zuidwest naar west
- De wind neemt in kracht toe, bijvoorbeeld van windkracht 4 naar windkracht 6
- De wind neemt in kracht af, bijvoorbeeld van windkracht 6 naar windkracht 4
- De windrichting draait tegen de klok in, bijvoorbeeld van west naar zuidwest naar zuid
Toon antwoord
Antwoord: A. De windrichting draait met de klok mee, bijvoorbeeld van zuid naar zuidwest naar west
De afbakening noemt 'krimpende en ruimende wind'. Ruimen is het draaien van de windrichting met de klok mee, dus in de volgorde zuid, zuidwest, west, noordwest. Krimpen is het tegenovergestelde: tegen de klok in, dus west, zuidwest, zuid. Beide begrippen gaan uitsluitend over de richting, niet over de kracht; toenemen en afnemen zijn de woorden voor de kracht.
Bron: Afbakening C 2 Elementaire meteorologie, Wind
Verder oefenen: gratis proeftoets · alle onderwerpen