Vaarbewijs oefenen

Vaarbewijs oefenen

Marifoon in het BPR oefenen

Wanneer moet je een marifoon aan boord hebben, op welke kanalen luister je uit en hoe gebruik je hem op de binnenwateren? Hoofdstuk 4 en bijlage 9 van het BPR.

10 gratis oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 1, met het antwoord, de uitleg en het wetsartikel. Tik een antwoord aan om het na te kijken.

  1. 1. Wat betekent 'uitluisteren' volgens het BPR?

    1. De marifoon uitzetten zodra u zelf niets te melden heeft, om het kanaal vrij te houden voor anderen
    2. Via de marifoon luisteren naar gesprekken, oproepen beantwoorden en voor zover nodig deelnemen aan de communicatie
    3. Alleen luisteren naar de gesprekken op het kanaal, zonder ooit zelf een oproep te beantwoorden
    4. Alleen de marifoon aan hebben staan op het aangewezen kanaal, zonder verplichting om te antwoorden
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Via de marifoon luisteren naar gesprekken, oproepen beantwoorden en voor zover nodig deelnemen aan de communicatie

    Artikel 1.01 D.12° BPR omschrijft uitluisteren als het via de marifoon luisteren naar gevoerde gesprekken, het beantwoorden van oproepen en voor zover nodig het deelnemen aan de communicatie tussen verkeersdeelnemers en verkeersposten of tussen verkeersdeelnemers onderling. Uitluisteren is dus meer dan de marifoon aan hebben: er hoort een antwoordplicht bij. Dat is precies waarom de afleider 'alleen luisteren' fout is.

    Bron: BPR artikel 1.01 D.12°, BPR artikel 4.05 lid 1, 4, 5, 8 en 9

  2. 2. U vaart met een klein schip dat is uitgerust met een marifoon. Wat geldt er voor u?

    1. U moet uitluisteren en op de aangewezen kanalen de voor de veiligheid noodzakelijke berichten geven
    2. U mag de marifoon uit laten staan zolang u niets te melden heeft, want de uitluisterplicht geldt niet voor kleine schepen
    3. U hoeft alleen uit te luisteren op de vaarwegen uit bijlage 9; elders mag de marifoon uit staan
    4. U mag de marifoon alleen gebruiken in noodgevallen en voor het oproepen van sluizen en bruggen
    Toon antwoord

    Antwoord: A. U moet uitluisteren en op de aangewezen kanalen de voor de veiligheid noodzakelijke berichten geven

    Artikel 4.05 lid 8 BPR verklaart de eerste en tweede volzin van lid 4 van toepassing op een klein schip dat is uitgerust met een marifoon. Die volzinnen bevatten de uitluisterplicht en de plicht om de voor de veiligheid van de scheepvaart noodzakelijke berichten te geven. De verplichting hangt dus aan het hébben van een marifoon, niet aan de vaarweg: heeft u er een aan boord, dan hoort hij aan te staan en uit te luisteren.

    Bron: BPR artikel 4.05 lid 1, 4, 5, 8 en 9, BPR artikel 1.01 D.12°

  3. 3. Wanneer geldt voor een klein schip de plicht om op twee kanalen tegelijk uit te luisteren?

    1. Altijd op de vaarwegen van bijlage 9
    2. Alleen bij slecht zicht
    3. Alleen als het is uitgerust met meer dan één marifoon
    4. Nooit; dat geldt alleen voor grote schepen
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Alleen als het is uitgerust met meer dan één marifoon

    Artikel 4.05 lid 8 BPR, tweede volzin: de derde volzin van lid 4, die het gelijktijdig uitluisteren op de kanalen voor schip-schipverkeer en voor nautische informatie voorschrijft, is van toepassing op een klein schip dat is uitgerust met méér dan één marifoon. Heeft u er maar één, dan kunt u die eis ook niet nakomen en geldt hij niet. De verplichting volgt dus uit uw uitrusting.

    Bron: BPR artikel 4.05 lid 1, 4, 5, 8 en 9, BPR bijlage 9

  4. 4. Welke berichten mag u over de kanalen voor schip-schipverkeer en nautische informatie uitwisselen?

    1. Alleen noodberichten; alle overige berichten horen op een apart kanaal van de walstations
    2. Alleen mededelingen die in het reglement of in de Regionale regeling zijn voorgeschreven of toegelaten
    3. Alles wat met de vaart te maken heeft, ook privégesprekken tussen schippers, zolang het kanaal niet lang bezet blijft
    4. Alles, zolang het maar kort is en de mededeling met een scheepsnaam wordt afgesloten
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Alleen mededelingen die in het reglement of in de Regionale regeling zijn voorgeschreven of toegelaten

    Artikel 4.05 lid 2 BPR verbiedt op die kanalen mededelingen die niet in dit reglement zijn voorgeschreven of toegelaten, dan wel niet zijn toegelaten krachtens de Regionale regeling betreffende de marifoondienst in de binnenvaart. Deze kanalen zijn veiligheidskanalen: elke overbodige mededeling gaat ten koste van berichten die iemand anders nodig heeft. Alleen noodberichten toestaan gaat weer te ver, want ook gewone veiligheids- en verkeersberichten zijn juist wél toegelaten.

    Bron: BPR artikel 4.05 lid 1, 4, 5, 8 en 9, BPR artikel 4.05 lid 2

  5. 5. Welke marifoon mag een schip volgens het BPR gebruiken?

    1. Alleen een marifoon die in overeenstemming is met de Regionale regeling betreffende de marifoondienst in de binnenvaart
    2. Elke marifoon met voldoende zendvermogen om de dichtstbijzijnde verkeerspost te bereiken
    3. Alleen een marifoon met DSC-functie en een ingeprogrammeerd scheepsidentificatienummer
    4. Elke marifoon die op de aangewezen kanalen kan zenden, ook een handmarifoon uit de zeevaart
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Alleen een marifoon die in overeenstemming is met de Regionale regeling betreffende de marifoondienst in de binnenvaart

    Artikel 4.05 lid 1 BPR: een schip mag slechts gebruik maken van een marifoon die in overeenstemming is met de Regionale regeling betreffende de marifoondienst in de binnenvaart, en mag hem alleen gebruiken volgens de voorschriften van die regeling, zoals vermeld in het Handboek voor de radiocommunicatie in de binnenvaart. Techniek en gebruik zijn dus allebei geregeld; een zelfgebouwde of maritieme set die aan die regeling niet voldoet, mag niet.

    Bron: BPR artikel 4.05 lid 1, 4, 5, 8 en 9

  6. 6. Op scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk ontstaan communicatieproblemen tussen twee schepen. Welke taal wordt dan gebruikt?

    1. Duits
    2. De taal van het grootste schip
    3. Frans
    4. Engels
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Duits

    Artikel 4.05 lid 9 BPR: in afwijking van lid 1 wordt op scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk bij communicatieproblemen tussen scheeps- en walstations of tussen scheepsstations onderling de Duitse taal gebruikt. Engels is alleen toegestaan op de vaarwegen die in bijlage 11 zijn genoemd. Voor wie van zee komt is dat contra-intuïtief: op de binnenwateren is Duits de terugvaltaal, niet Engels.

    Bron: BPR artikel 4.05 lid 1, 4, 5, 8 en 9

  7. 7. U wilt met uw kleine schip radar gebruiken. Aan welke eis moet u dan in ieder geval ook voldoen?

    1. U moet dit vooraf melden bij de bevoegde autoriteit van de vaarweg waarop u wilt varen
    2. U moet een tweede bemanningslid aan boord hebben dat het radarbeeld voortdurend in de gaten houdt
    3. U moet een radarreflector voeren, zodat andere schepen u ook op hun radar kunnen zien
    4. Uw schip moet zijn uitgerust met een goed functionerende marifoon voor de daartoe aangewezen kanalen
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Uw schip moet zijn uitgerust met een goed functionerende marifoon voor de daartoe aangewezen kanalen

    Artikel 4.06 lid 2 BPR: onverminderd lid 1 moet een klein schip zijn uitgerust met een marifooninstallatie die geschikt is voor de daartoe aangewezen kanalen en die goed functioneert. Radar zonder marifoon is dus niet toegestaan: u ziet de ander wel, maar kunt geen afspraken maken over hoe u elkaar passeert, en juist dat is bij beperkt zicht de kern.

    Bron: BPR artikel 4.06 lid 1 en 2

  8. 8. Wat is naast een goedgekeurde radarinstallatie vereist om met radar te mogen varen?

    1. Een geldig marifooncertificaat van de schipper, afgegeven door de daartoe aangewezen instantie
    2. Een tweede radarinstallatie als reserve, voor het geval de eerste tijdens de vaart uitvalt
    3. Een persoon aan boord met een radarpatent of een specifieke vergunning voor het varen met behulp van radar
    4. Toestemming van de bevoegde autoriteit voor elke reis waarop van radar gebruik wordt gemaakt
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Een persoon aan boord met een radarpatent of een specifieke vergunning voor het varen met behulp van radar

    Artikel 4.06 lid 1 onder b BPR: aan boord moet zich een persoon bevinden die houder is van een radarpatent of van een specifieke vergunning voor het varen met behulp van radar. Hetzelfde lid maakt één uitzondering: bij goed zicht mag van radar gebruik worden gemaakt om ermee te oefenen zonder dat zo iemand aan boord is. Zo kunt u het leren zonder de eis meteen te overtreden.

    Bron: BPR artikel 4.06 lid 1 en 2

  9. 9. Waarom staat er in bijlage 9 BPR een lijst met vaarwegen?

    1. Op die vaarwegen mogen kleine schepen niet varen
    2. Op die vaarwegen geldt het RPR in plaats van het BPR
    3. Op die vaarwegen is de maximumsnelheid beperkt
    4. Op die vaarwegen gelden zwaardere marifoon- en uitluisterverplichtingen
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Op die vaarwegen gelden zwaardere marifoon- en uitluisterverplichtingen

    Bijlage 9 BPR somt de vaarwegen op die worden bedoeld in artikel 4.05 lid 3 en 4, artikel 6.29 lid 3, artikel 6.33 lid 2 en artikel 9.07 lid 2. Het gaat om drukke en deels zeegaande vaarwegen zoals de Nieuwe Waterweg, het Noordzeekanaal en de Westerschelde-havens, waar een groot schip twee marifoons moet hebben en op twee kanalen tegelijk moet uitluisteren. Het is dus een lijst met zwaardere communicatie-eisen, geen vaarverbod.

    Bron: BPR bijlage 9, BPR artikel 4.05 lid 1, 4, 5, 8 en 9

  10. 10. Uw marifoon is defect en u vaart met een klein schip op een druk vaarwater. Wat is de juiste gevolgtrekking?

    1. U mag helemaal niet meer varen
    2. U moet dit melden bij de bevoegde autoriteit voordat u vertrekt
    3. U mag varen, maar u kunt de uitluisterplicht niet nakomen en mag geen radar gebruiken
    4. U mag varen en radar gebruiken, want radar staat los van de marifoon
    Toon antwoord

    Antwoord: C. U mag varen, maar u kunt de uitluisterplicht niet nakomen en mag geen radar gebruiken

    De uitluisterplicht van artikel 4.05 lid 8 BPR geldt voor een klein schip dat is uitgerust met een marifoon; met een defecte set kunt u die plicht feitelijk niet nakomen en valt uw belangrijkste communicatiemiddel weg. Radar mag dan zeker niet: artikel 4.06 lid 2 eist uitdrukkelijk een góed functionerende marifooninstallatie. Een algemeen vaarverbod voor kleine schepen zonder marifoon kent het BPR echter niet.

    Bron: BPR artikel 4.05 lid 1, 4, 5, 8 en 9, BPR artikel 4.06 lid 1 en 2

Verder oefenen: gratis proeftoets · alle onderwerpen