Geluidsseinen oefenen
Korte en lange stoten, het noodsein en de seinen bij slecht zicht: hoofdstuk 4 en bijlage 6 van het BPR.
9 gratis oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 1, met het antwoord, de uitleg en het wetsartikel. Tik een antwoord aan om het na te kijken.
-
1. Welke geluidsseinen mag u met een klein schip beslist niet geven?
- Het noodsein van reeksen klokslagen of herhaalde lange stoten
- Het attentiesein van één lange stoot, dat alleen grote schepen mogen geven
- Het mistsein van één lange stoot, herhaald met tussenpozen van een minuut
- De manoeuvreerseinen uit de afdelingen B, C, D en E van bijlage 6
Toon antwoord
Antwoord: D. De manoeuvreerseinen uit de afdelingen B, C, D en E van bijlage 6
Artikel 4.02 lid 3 BPR: een klein schip mag niet de manoeuvreerseinen geven die in de afdelingen B, C, D en E van bijlage 6 staan, dus de seinen bij naderen op tegengestelde koersen, bij voorbijlopen, bij keren en bij het in- en uitvaren van havens. Lid 2 zegt wat u wel moet en mag: het attentiesein, het sein 'Ik kan niet manoeuvreren' en het noodsein zijn verplicht wanneer nodig, en de overige algemene seinen uit afdeling A en het mistsein uit afdeling G mag u geven. De reden is dat manoeuvreerseinen afspraken tussen grote schepen regelen, waar u als klein schip buiten staat.
Bron: BPR artikel 4.02, BPR bijlage 6
-
2. Wat betekent één korte stoot?
- Ik ga bakboord uit
- Ik sla achteruit
- Ik ga stuurboord uit
- Attentie
Toon antwoord
Antwoord: C. Ik ga stuurboord uit
Afdeling A van bijlage 6 BPR geeft de algemene seinen: één korte stoot betekent 'Ik ga stuurboord uit', twee korte stoten 'Ik ga bakboord uit' en drie korte stoten 'Ik sla achteruit'. Het attentiesein is één lange stoot. Het aantal korte stoten telt dus mee met de logische volgorde stuurboord, bakboord, achteruit, en dat is de makkelijkste manier om ze uit elkaar te houden.
Bron: BPR bijlage 6, BPR artikel 4.02
-
3. Wat betekent drie korte stoten?
- Er dreigt gevaar voor aanvaring
- Ik kan niet manoeuvreren
- Ik ga bakboord uit
- Ik sla achteruit
Toon antwoord
Antwoord: D. Ik sla achteruit
Afdeling A van bijlage 6 BPR: drie korte stoten betekent 'Ik sla achteruit'. Dat is een belangrijk sein om te herkennen, want een schip dat achteruitslaat verliest tegelijk zijn stuurvermogen en gaat door het wieleffect uit de koers lopen. Het sein 'Er dreigt gevaar voor aanvaring' is heel anders: dat is een reeks zeer korte stoten, volgens artikel 1.01 onder C 8° ten minste zes stoten van ongeveer een kwart seconde.
Bron: BPR bijlage 6, BPR artikel 1.01 C.1°, C.2°, C.5° t/m C.8°
-
4. Wat is het attentiesein?
- Twee lange stoten
- Eén korte stoot
- Een reeks zeer korte stoten
- Eén lange stoot
Toon antwoord
Antwoord: D. Eén lange stoot
Afdeling A van bijlage 6 BPR: het attentiesein is één lange stoot, met een tijdsduur van ongeveer 4 seconden. U komt dat sein op meer plaatsen tegen: artikel 6.07 lid 4 schrijft één lange stoot voor bij het binnenvaren van een engte met beperkt uitzicht, en artikel 6.33 lid 1 onder a geeft dezelfde ene lange stoot als mistsein voor een varend schip, dan herhaald met tussenpozen van ten hoogste één minuut.
Bron: BPR bijlage 6, BPR artikel 6.07 lid 1 t/m 6 en lid 8, BPR artikel 6.33
-
5. Hoe lang duurt een lange stoot volgens de toelichting bij bijlage 6 BPR?
- Ongeveer 1 seconde
- Ongeveer 4 seconden
- Ongeveer 2 seconden
- Ongeveer 6 seconden
Toon antwoord
Antwoord: B. Ongeveer 4 seconden
De toelichting bij bijlage 6 BPR geeft drie tijdsduren: een zeer korte stoot duurt ongeveer een kwart seconde, een korte stoot ongeveer 1 seconde en een lange stoot ongeveer 4 seconden. De tijdruimte tussen twee opeenvolgende stoten is ongeveer 1 seconde. Een reeks klokslagen moet ook ongeveer 4 seconden duren, en mag worden vervangen door reeksen slagen van metaal op metaal.
Bron: BPR bijlage 6
-
6. Wat is 'een reeks zeer korte stoten' precies?
- Tien stoten van ongeveer een seconde, zonder tussenpozen, in één doorlopende reeks
- Twee stoten van ongeveer een seconde, met een tussenpoos van ongeveer een seconde
- Ten minste zes stoten van ongeveer een kwart seconde, met tussenpozen van ongeveer een kwart seconde
- Drie stoten van ongeveer een halve seconde, met tussenpozen van ongeveer een halve seconde
Toon antwoord
Antwoord: C. Ten minste zes stoten van ongeveer een kwart seconde, met tussenpozen van ongeveer een kwart seconde
De toelichting bij bijlage 6 BPR verwijst voor dit begrip naar artikel 1.01 onder C 8°: een reeks zeer korte stoten wordt gevormd door ten minste zes stoten, elk van ongeveer een kwart seconde, met een tussenruimte van ongeveer een kwart seconde. Het is het sein dat betekent dat er gevaar voor aanvaring dreigt, en het klinkt daarom bewust heel anders dan de rustige enkele stoten van de manoeuvreerseinen.
Bron: BPR bijlage 6, BPR artikel 1.01 C.1°, C.2°, C.5° t/m C.8°
-
7. Waarmee moet een groot motorschip een geluidssein volgens artikel 4.01 BPR aanvullen?
- Met een wit flikkerlicht aan stuurboord, gelijktijdig met het geluidssein
- Met een marifoonmelding op het schip-schipkanaal, gelijktijdig met het geluidssein
- Met een geel helder rondom schijnend lichtsein, gelijktijdig met het geluidssein
- Met een lichtblauw bord aan stuurboord, zolang het geluidssein wordt gegeven
Toon antwoord
Antwoord: C. Met een geel helder rondom schijnend lichtsein, gelijktijdig met het geluidssein
Artikel 4.01 lid 2 BPR: een groot motorschip moet gelijktijdig met een geluidssein een geel helder rondom schijnend lichtsein tonen; dat geldt niet voor klokslagen. Zo is het sein ook zichtbaar voor wie het door wind of motorlawaai niet hoort, of wie de richting van het geluid niet kan bepalen. Voor u als klein schip geldt die aanvulling niet, maar u moet het gele lichtsein wel kunnen herkennen.
Bron: BPR artikel 4.01 lid 1, 2, 4 en 5, BPR bijlage 6
-
8. Waarmee moet een klein motorschip zijn geluidsseinen kunnen geven?
- Met een scheepsklok, waarvan de reeksen klokslagen de stoten vervangen
- Uitsluitend met een mechanisch werkende geluidsinstallatie die voldoende hoog is opgesteld
- Met een mechanisch werkende geluidsinstallatie, of met een geschikte scheepstoeter of hoorn
- Met de stem volstaat ook, zolang de seinen maar de juiste tijdsduur hebben
Toon antwoord
Antwoord: C. Met een mechanisch werkende geluidsinstallatie, of met een geschikte scheepstoeter of hoorn
Artikel 4.01 lid 1 BPR maakt onderscheid: een groot motorschip moet een mechanisch werkende geluidsinstallatie hebben die voldoende hoog en vrij is opgesteld, terwijl een groot schip dat geen motorschip is en een klein motorschip mogen volstaan met zo'n installatie dan wel een geschikte scheepstoeter of hoorn. Een handhoorn aan boord van een jacht voldoet dus, mits hij hoorbaar genoeg is. De scheepsklok is er voor de klokslagen, niet voor de stoten.
Bron: BPR artikel 4.01 lid 1, 2, 4 en 5, BPR bijlage 6
-
9. Uw motor valt uit midden op een druk kanaal en u drijft stuurloos. Welk geluidssein geeft u?
- Eén lange stoot
- Vier korte stoten
- Drie korte stoten
- Een reeks zeer korte stoten
Toon antwoord
Antwoord: B. Vier korte stoten
Bijlage 6 afdeling A BPR: vier korte stoten betekent «Ik kan niet manoeuvreren». Artikel 4.02 lid 2 verplicht juist een klein schip dit sein zo nodig te geven, naast het attentiesein en het noodsein. Eén lange stoot is alleen «attentie», een reeks zeer korte stoten is «er dreigt gevaar voor aanvaring», en drie korte stoten betekent «ik sla achteruit», wat zonder motor onmogelijk is.
Bron: BPR bijlage 6, BPR artikel 4.02 lid 2 en 3
Verder oefenen: gratis proeftoets · alle onderwerpen