Dagtekens oefenen
Kegels, bollen, cilinders en vlaggen overdag: wat betekenen ze en wie voert ze? Hoofdstuk 3 van het BPR.
10 gratis oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 1, met het antwoord, de uitleg en het wetsartikel. Tik een antwoord aan om het na te kijken.
-
1. Een zeilboot vaart onder zeil en gebruikt tegelijkertijd zijn motor. Welk dagteken moet het voeren?
- Een zwarte kegel met de punt naar boven
- Geen teken; de zeilen zijn immers gezet
- Een zwarte bol
- Een zwarte kegel met de punt naar beneden
Toon antwoord
Antwoord: D. Een zwarte kegel met de punt naar beneden
Artikel 3.13 lid 7 BPR: een klein schip dat onder zeil vaart en tegelijkertijd zijn mechanische middelen tot voortbeweging gebruikt, moet overdag een zwarte kegel met de punt naar beneden voeren, zo hoog mogelijk waar hij het best kan worden gezien. Dat teken is nodig omdat zo'n schip volgens artikel 1.01 A.15° juridisch een motorschip is en dus geen aanspraak meer maakt op de voorrang van een zeilschip. De punt wijst naar beneden; de kegel met de punt naar boven bestaat in dit verband niet.
Bron: BPR artikel 3.13, BPR artikel 1.01 A.1° t/m A.18°
-
2. U ziet vier dagtekens. Welk dagteken hoort bij een schip dat bepaalde brandbare stoffen vervoert?
- De tweede van links
- De vierde van links
- De eerste van links
- De derde van links
Toon antwoord
Antwoord: C. De eerste van links
Artikel 3.14 lid 1 BPR: een schip dat bepaalde brandbare stoffen vervoert voert overdag een blauwe kegel met de punt naar beneden, en 's nachts een blauw licht. De zwarte kegel met de punt naar beneden lijkt er sterk op maar betekent iets heel anders: dat is het teken van een klein zeilschip dat tegelijk zijn motor gebruikt (artikel 3.13 lid 7). De kleur maakt hier dus het verschil, niet de vorm. De gele ruit hoort bij een klein passagiersschip (artikel 3.15) en de zwarte bol bij een stilliggend groot schip (artikel 3.20 lid 2).
Bron: BPR artikel 3.14 lid 1, 2 en 3, BPR artikel 3.13, BPR artikel 3.15, BPR artikel 3.20 lid 1, 2, 4 en 5
-
3. Wat betekenen twee blauwe kegels met de punt naar beneden, boven elkaar?
- Het schip vervoert bepaalde voor de gezondheid schadelijke stoffen
- Het schip is beperkt manoeuvreerbaar
- Het schip vervoert bepaalde brandbare stoffen
- Het schip vervoert bepaalde ontplofbare stoffen
Toon antwoord
Antwoord: A. Het schip vervoert bepaalde voor de gezondheid schadelijke stoffen
Artikel 3.14 BPR telt af naar gevaar: één blauwe kegel of één blauw licht bij bepaalde brandbare stoffen (lid 1), twee bij bepaalde voor de gezondheid schadelijke stoffen (lid 2), drie bij bepaalde ontplofbare stoffen (lid 3). Bij twee kegels gaat het dus om schadelijk voor de gezondheid. Wie de reeks kent, heeft alle drie de vragen over dit teken goed.
Bron: BPR artikel 3.14 lid 1, 2 en 3
-
4. Welk dagteken voert een groot schip dat stilligt zonder aan de oever gemeerd te liggen?
- Een rood-wit bord
- Een zwarte kegel met de punt naar beneden
- Een gele ruit
- Een zwarte bol op het voorschip
Toon antwoord
Antwoord: D. Een zwarte bol op het voorschip
Artikel 3.20 lid 2 onder b BPR: een groot schip dat stilligt zonder direct of indirect aan de oever gemeerd te liggen, dus bijvoorbeeld voor anker, voert overdag een zwarte bol op het voorschip op een hoogte waarop hij van alle zijden zichtbaar is. Ligt het schip wel aan de oever gemeerd, dan is er overdag geen teken voorgeschreven en gaat het volgens lid 1 alleen om een wit licht 's nachts.
Bron: BPR artikel 3.20 lid 1, 2, 4 en 5
-
5. Welk dagteken voert een varend passagiersschip waarvan de romp korter is dan 20 meter?
- Een gele ruit
- Een blauwe wimpel
- Een zwarte ruit
- Een gele bol
Toon antwoord
Antwoord: A. Een gele ruit
Artikel 3.15 lid 1 BPR: een varend passagiersschip waarvan de maximale lengte van de romp minder is dan 20 meter voert overdag een gele ruit, op een geschikte plaats en zo hoog dat hij van alle zijden zichtbaar is. Het teken bestaat omdat zo'n schip juridisch een klein schip is maar wel passagiers vervoert, en de overige vaart daar rekening mee moet kunnen houden. Een gele bol hoort bij een groot motorschip dat wordt geassisteerd (artikel 3.08 lid 3).
Bron: BPR artikel 3.15, BPR artikel 3.08
-
6. Welk dagteken voert een varend schip dat door werkzaamheden in het vaarwater beperkt manoeuvreerbaar is?
- Drie zwarte bollen boven elkaar
- Een zwarte bol, een zwarte ruit en een zwarte bol boven elkaar
- Twee zwarte kegels met de punten naar elkaar toe
- Een zwarte ruit tussen twee gele bollen
Toon antwoord
Antwoord: B. Een zwarte bol, een zwarte ruit en een zwarte bol boven elkaar
Artikel 3.34 lid 1 onder b BPR: een varend schip dat wegens werkzaamheden in het vaarwater beperkt is in zijn mogelijkheden om uit te wijken, voert overdag een zwarte bol, een zwarte ruit en een zwarte bol in een verticale lijn. 's Nachts zijn dat drie rondom schijnende lichten rood, wit, rood. De vorm loopt dus mee met de kleur: de ruit in het midden hoort bij het witte licht in het midden.
Bron: BPR artikel 3.34
-
7. U ziet een bord waarvan de bovenste helft rood en de onderste helft wit is. Wat vraagt dat schip van u?
- Dat er een duiker te water is en u zover mogelijk verwijderd moet blijven van het schip
- Dat u niet mag passeren, omdat het schip werkzaamheden uitvoert aan de zijde waar het bord staat
- Dat het schip gevaarlijke stoffen vervoert en u niet binnen 50 meter mag varen
- Bescherming tegen hinderlijke waterbeweging; u moet snelheid minderen en op afstand blijven
Toon antwoord
Antwoord: D. Bescherming tegen hinderlijke waterbeweging; u moet snelheid minderen en op afstand blijven
Artikel 3.29 lid 1 BPR: schepen die beschermd willen worden tegen hinderlijke waterbeweging mogen overdag een bord tonen waarvan de bovenste helft rood en de onderste helft wit is, of twee borden boven elkaar, het bovenste rood en het onderste wit; 's nachts een rood licht boven een wit licht. Artikel 6.20 lid 2 verplicht u dan om tijdig snelheid te verminderen en zover mogelijk verwijderd te blijven. Het is dus geen doorvaartverbod maar een verzoek om rustig en op afstand te passeren.
Bron: BPR artikel 3.29 lid 1, BPR artikel 6.20
-
8. Welk teken voert een schip waarbij een duiker te water is?
- Een geel flikkerlicht, ook overdag, op een van alle zijden zichtbare plaats
- De internationale seinvlag A, of een stijve replica daarvan
- Een rode vlag, rechthoekig en van niet buigzaam materiaal
- Een zwarte bol boven een zwarte ruit, zo hoog mogelijk gevoerd
Toon antwoord
Antwoord: B. De internationale seinvlag A, of een stijve replica daarvan
Artikel 3.38 lid 1 BPR: een schip dat wordt gebruikt bij het duiken voert als bijkomend teken de internationale seinvlag A, of een replica daarvan van niet buigzaam materiaal, zo hoog en zo geplaatst dat hij van alle zijden zichtbaar is. Dat laatste is de reden voor de stijve uitvoering: een slappe vlag hangt bij windstilte langs de stok en is dan onzichtbaar. Ook artikel 6.20 lid 2 is hier van belang, want artikel 3.38 wordt daar genoemd.
Bron: BPR artikel 3.38, BPR artikel 6.20
-
9. Wat betekent een rond wit symbool met een rode rand, een rode diagonale balk en een brandende lucifer erin?
- De brandblusser bevindt zich hier, achter dit symbool of bij de loopplank
- Het is verboden te roken of onbeschermd licht of vuur te gebruiken
- Er is brand aan boord geweest en het schip wacht op vrijgave door de brandweer
- Het schip vervoert brandbare stoffen en mag niet binnen 10 meter worden genaderd
Toon antwoord
Antwoord: B. Het is verboden te roken of onbeschermd licht of vuur te gebruiken
Artikel 3.32 lid 1 BPR: het verbod om te roken of onbeschermd licht of vuur te gebruiken wordt aangeduid met een rond wit symbool met rode rand en rode diagonale balk waarin een brandende lucifer is afgebeeld, met een doorsnede van ongeveer 0,60 meter. Het bijna identieke symbool met een afwerende hand betekent volgens artikel 3.31 iets anders: verboden toegang aan boord voor onbevoegden.
Bron: BPR artikel 3.32, BPR artikel 3.31
-
10. Mogen de dagtekens van een klein schip kleiner zijn dan de maten die het BPR noemt?
- Nee, de maten zijn absoluut en gelden voor elk schip, ongeacht de grootte van het schip
- Ja, tot de helft van de voorgeschreven maat, zolang de kleur en de vorm ongewijzigd blijven
- Ja, in verhouding tot de grootte van het schip, mits een goede zichtbaarheid verzekerd blijft
- Alleen als de bevoegde autoriteit daarvoor ontheffing verleent, per schip en per vaarweg
Toon antwoord
Antwoord: C. Ja, in verhouding tot de grootte van het schip, mits een goede zichtbaarheid verzekerd blijft
Artikel 3.03 lid 4 BPR staat voor kleine schepen voorwerpen van geringere afmetingen toe die in verhouding staan tot de grootte van het schip, maar stelt daarbij één harde eis: de afmetingen moeten in ieder geval zodanig zijn dat een goede zichtbaarheid wordt verzekerd. Er staat dus geen percentage bij; de afleider met de helft voert een getal in dat het reglement niet kent. Artikel 3.04 lid 1 laat bovendien toe de vormen te vervangen door voorwerpen die op afstand dezelfde vorm vertonen.
Bron: BPR artikel 3.03 lid 3 en 4, BPR artikel 3.04 lid 3 en 4
Verder oefenen: gratis proeftoets · alle onderwerpen