Betonning oefenen
Rode en groene tonnen, splitsingstonnen, bakens en oeverlichten volgens het SIGNI-systeem, en de lichtkarakters die je 's nachts ziet.
10 gratis oefenvragen voor het Klein Vaarbewijs 1, met het antwoord, de uitleg en het wetsartikel. Tik een antwoord aan om het na te kijken.
-
1. U ziet vier betonningsvoorwerpen. Welke markeert de rechterzijde van het vaarwater?
- De vierde van links
- De eerste van links
- De tweede van links
- De derde van links
Toon antwoord
Antwoord: B. De eerste van links
Bijlage 8 onderdeel 2.1.1 BPR: de rechterzijde van het vaarwater wordt gemarkeerd met een stompe boei of ton in de kleur rood, met een rode cilinder als topteken en een rood isofaselicht of lang schitterlicht, met een even nummering. De linkerzijde is volgens 2.1.2 groen en spits, met een groene kegel met de top naar boven en een oneven nummering. Rood en groen verwisselen is de meest gemaakte fout, zeker voor wie van zee komt: op de binnenwateren is rood de rechterzijde.
Bron: BPR bijlage 8
-
2. Wat kenmerkt een isofaselicht?
- Het licht brandt ononderbroken
- Het schijnsel duurt even lang als de verduistering
- Het schijnsel is korter dan de verduistering
- Het schijnsel is langer dan de verduistering
Toon antwoord
Antwoord: B. Het schijnsel duurt even lang als de verduistering
Bijlage 8 onderdeel 1.3.3 BPR somt de lichtkarakters op met hun verhouding tussen licht en donker. Isofase, afgekort Iso, betekent dat het schijnsel even lang duurt als de verduistering. Een schitterlicht (Fl) heeft een schijnsel dat kórter is dan de verduistering, een onderbroken licht (Oc) juist een schijnsel dat lánger is, en een vast licht (F) brandt ononderbroken. Die verhouding is dus het hele onderscheid.
Bron: BPR bijlage 8
-
3. In welke richting kijkt u om te bepalen wat op een rivier de rechterzijde van het vaarwater is?
- Stroomopwaarts, in de richting van de bron van de rivier
- In de richting waarin u zelf vaart, dus wisselend per schip
- In de richting van het dichtstbijzijnde zeegat of de monding
- Stroomafwaarts, en in getijgebied in de richting van de ebstroom
Toon antwoord
Antwoord: D. Stroomafwaarts, en in getijgebied in de richting van de ebstroom
Bijlage 8 onderdeel 1.2 BPR: rechts en links worden bepaald vanuit een waarnemer die op rivieren stroomafwaarts kijkt, in getijgebied in de richting van de ebstroom. Op kanalen kijkt u in de richting van een lager gelegen pand, op zijvaarten in de richting van de hoofdvaarweg, en op meren in de richting van de uitgang naar zee of open water. De sterkste afleider is 'in de richting waarin ik vaar': vaart u stroomopwaarts, dan ligt de rode betonning aan uw bakboordzijde.
Bron: BPR bijlage 8
-
4. Wat is het verschil tussen een schitterlicht en een onderbroken licht?
- Een schitterlicht is wit en een onderbroken licht gekleurd
- Een schitterlicht flikkert onregelmatig en een onderbroken licht regelmatig
- Bij een schitterlicht is het schijnsel korter dan de verduistering, bij een onderbroken licht juist langer
- Een schitterlicht staat op een boei en een onderbroken licht op de wal
Toon antwoord
Antwoord: C. Bij een schitterlicht is het schijnsel korter dan de verduistering, bij een onderbroken licht juist langer
Bijlage 8 onderdeel 1.3.3 BPR: schitterlicht (flash, Fl) heeft een schijnsel dat korter is dan de verduistering, onderbroken licht (occulting, Oc) een schijnsel dat langer is dan de verduistering. Praktisch gezien ziet u bij een schitterlicht korte flitsen in het donker en bij een onderbroken licht een grotendeels brandend licht met korte onderbrekingen. De kleur en de plaats zeggen daar niets over.
Bron: BPR bijlage 8
-
5. U ziet een bolvormige ton, rood boven en groen onder, met een rode cilinder als topteken. Wat betekent dat?
- Een splitsing waarbij het hoofdvaarwater links ligt
- Veilig vaarwater rondom
- Een splitsing waarbij het hoofdvaarwater rechts ligt
- Twee vaarwaters van gelijk belang
Toon antwoord
Antwoord: A. Een splitsing waarbij het hoofdvaarwater links ligt
Bijlage 8 onderdeel 2.1.3 onder b BPR: hoofdvaarwater links wordt gemarkeerd met een bolvormig voorwerp, rood boven en groen onder, met een rode cilinder als topteken en een rood flikkerlicht. De bovenste kleur en het topteken vertellen u waar het hoofdvaarwater ligt: rood boven betekent dat u de ton aan de rechterzijde houdt zoals u een rode ton houdt, en dus dat het hoofdvaarwater links loopt. Bij hoofdvaarwater rechts is het precies andersom: groen boven en rood onder met een groene kegel.
Bron: BPR bijlage 8
-
6. Wat betekent de afkorting LFl bij een licht?
- Links flikkerend: een flikkerlicht aan de linkerzijde van het vaarwater
- Langzaam onderbroken licht: een schijnsel langer dan de verduistering
- Laag flikkerlicht: een flikkerlicht op een lage lichtopstand
- Lang schitterlicht: een schittering van ten minste 2 seconden
Toon antwoord
Antwoord: D. Lang schitterlicht: een schittering van ten minste 2 seconden
Bijlage 8 onderdeel 1.3.3 BPR: lang schitterlicht, long flash, afgekort LFl, is een schitterlicht met een schittering van ten minste 2 seconden. Het lange schitterlicht komt onder meer voor bij de laterale hoofdmarkering, waar bijlage 8 onder 2.1.1 en 2.1.2 een rood respectievelijk groen isofaselicht óf lang schitterlicht noemt, en bij de markering van veilig vaarwater onder 6.3.
Bron: BPR bijlage 8
-
7. Waarmee wordt een splitsing van twee vaarwaters van gelijk belang gemarkeerd?
- Een rood-wit verticaal gestreepte bolvormige ton zonder topteken, met een wit isofaselicht
- Een zwarte ton met een brede rode band en twee zwarte bollen als topteken
- Een rood-groen horizontaal gestreepte bolvormige ton met een rood-groene bol als topteken
- Een gele bolvormige ton met een geel liggend kruis als topteken en een geel schitterlicht
Toon antwoord
Antwoord: C. Een rood-groen horizontaal gestreepte bolvormige ton met een rood-groene bol als topteken
Bijlage 8 onderdeel 2.1.3 onder a BPR: bij vaarwaters van gelijk belang gebruikt men een bolvormig voorwerp, rood-groen horizontaal gestreept, met een rood-groene bol als topteken en een wit snel isofaselicht van 2 seconden. De sterkste afleider is de rood-wit verticaal gestreepte ton: dat is volgens onderdeel 6.3 de markering van veilig vaarwater, en die wordt in het BPR-gebied juist zónder topteken uitgevoerd, precies om verwarring met deze scheidingsmarkering te voorkomen.
Bron: BPR bijlage 8
-
8. Bijlage 8 BPR geeft een algemene vuistregel over de snelheid van een lichtkarakter. Welke?
- Hoe sneller het karakter, hoe gevaarlijker het te markeren punt
- Hoe sneller het karakter, hoe dichter bij de wal
- De snelheid van het karakter zegt niets over het gevaar
- Hoe sneller het karakter, hoe breder het vaarwater
Toon antwoord
Antwoord: A. Hoe sneller het karakter, hoe gevaarlijker het te markeren punt
Bijlage 8 onderdeel 1.3.3 BPR sluit de opsomming van de lichtkarakters af met precies die regel: in het algemeen geldt dat hoe sneller het karakter is, hoe gevaarlijker het te markeren punt is. Dat verklaart de systematiek verderop: de rustige isofase- en lange schitterlichten bij de gewone laterale betonning, de snellere flikkerlichten bij splitsingen, en de snelflikkerlichten bij de cardinale markering rond een gevaar.
Bron: BPR bijlage 8
-
9. Wat betekent een rood-wit verticaal gestreepte bolvormige ton zonder topteken?
- Een splitsing van twee vaarwaters van gelijk belang
- Een afzonderlijk gevaar dat rondom passeerbaar is
- De rechterzijde van het vaarwater, gezien stroomafwaarts
- Veilig vaarwater: hier kan rondom veilig worden gevaren
Toon antwoord
Antwoord: D. Veilig vaarwater: hier kan rondom veilig worden gevaren
Bijlage 8 onderdeel 6.3 BPR: de markering van veilig vaarwater is rood-wit verticaal gestreept en geeft een positie aan waar rondom veilig kan worden genavigeerd, bijvoorbeeld het midden of het diepste deel van een vaarwater of een aanloop- of verkenningspositie. Zij wordt in het BPR-gebied zonder topteken toegepast, ter onderscheiding van de scheidingsmarkering. Het licht is wit en langzaam, bijvoorbeeld isofase, lang schitterend, onderbroken, of Morse A.
Bron: BPR bijlage 8
-
10. U ziet 's nachts op een breed water een wit licht met karakter VQ (6) gevolgd door een lang schitterlicht, met een periode van 10 seconden. Wat voor markering is dit?
- Een zuid-cardinale markering
- Een markering van veilig vaarwater
- Een noord-cardinale markering
- Een markering van een afzonderlijk gevaar
Toon antwoord
Antwoord: A. Een zuid-cardinale markering
Bijlage 8 onderdeel 6.1.3 BPR geeft de zuid-cardinale markering het witte karakter VQ (6) + LFl 10 s of Q (6) + LFl 15 s. De zes schitteringen gevolgd door één lange schittering zijn het herkenningspunt: het lange schitterlicht maakt duidelijk dat u zes hebt geteld en niet negen. West heeft namelijk negen schitteringen, oost drie, en noord een doorlopend flikkerlicht zonder groepen. Een afzonderlijk gevaar heeft er twee, Fl (2).
Bron: BPR bijlage 8
Verder oefenen: gratis proeftoets · alle onderwerpen